Vanuit Kobani, in het uiterste noordoosten van Syrië vlakbij de Turkse grens, klonk vorige week een niet mis te verstane noodkreet. De stad was volledig omsingeld door een bonte mix van Syrische regeringstroepen en Arabisch-islamitische strijders.
In de hele regio Rojava, tot nog toe een autonoom Koerdisch gebied, rukte het Syrische leger de voorbije weken snel op, mede dankzij de steun van allerlei Arabische milities. Er bereikten ons beelden van Koerdische vrouwen die gevangen genomen werden en van wie het haar werd afgesneden. Islamisten zouden er opnieuw zware mensenrechtenschendingen begaan, en heel wat burgers zaten er als ratten in de val.
De Koerden in Syrië, jarenlang trouwe bondgenoten van het Westen in de strijd tegen jihadistisch terrorisme, werden opnieuw aangevallen: door Syrische strijdkrachten, door jihadistische groeperingen, maar ook door een wereld die wegkijkt.
Koerden strijden ook voor onze veiligheid
De geschiedenis lijkt zich te herhalen: wie herinnert zich niet de beelden van Koerdische strijders – mannen én vrouwen – die daar ruim tien jaar geleden stad na stad bevrijdden van Islamitische Staat? Terwijl westerse landen aarzelden om grondtroepen te sturen, stonden de Koerden daar en offerden ze hun leven op voor hun eigen vrijheid én onze veiligheid. Met minimale middelen, enorme moed en een duidelijke missie: voorkomen dat IS verder oprukte, aanslagen pleegde en een terreurstaat in stand hield. Duizenden Koerden lieten hun leven in die strijd. Ze vochten niet alleen voor hun eigen dorpen, maar ook voor onze veiligheid.
Maar zie, het lijkt wel alsof we de gruwel van IS vandaag al min of meer vergeten zijn. Homoseksuelen werden toen vermoord omwille van hun geaardheid, en de beelden van mensen die levend verbrand werden in een ijzeren kooi staan nog altijd op ieders netvlies gebrand. Duizenden jezidi-vrouwen werden door de islamisten ontvoerd en gedegradeerd tot een bestaan als seksslavin.
IS teruggedrongen door Koerden
Nadat de Koerden de strijd aangingen en IS in het oosten van Syrië konden terugdringen en uiteindelijk ook konden verslaan, bouwden ze in Rojava, in het noordoosten van Syrië, de facto een eigen staat op. Die was opmerkelijk inclusief, en vrouwenrechten werden er ten volle gerespecteerd. Een unicum voor de wijde regio.
Vandaag vertellen Koerdische commandanten hoe er aan de zijde van Syrische soldaten opnieuw islamisten meevechten die IS-vlaggen op hun borst hebben genaaid. De Koerdische SDF-strijders moesten zich terugtrekken van de beruchte gevangenis van Al-Hol, waar ze duizenden gevaarlijke IS-gevangenen bewaakten. Daarbij zijn mogelijk ook een aantal IS-terroristen ontsnapt.
Koerdische leiders beschuldigen de nieuwe Syrische president Ahmed al-Sharaa – die tot twee jaar geleden nog op de Amerikaanse terroristenlijst stond – ervan zich van islamisme en Arabisch nationalisme te bedienen in zijn strijd tegen de Koerden, de Turkmenen en de Assyrische christenen in Syrië.
En wat doen wij in Europa? We kijken toe, en leggen zo niet alleen de basis voor een humanitaire ramp in wording, maar net zo goed ook voor een heropleving van het jihadisme die ons ook duur kan komen te staan.
Turkije speelt kwalijke rol in Syrië
We mogen al evenmin blind blijven voor de kwalijke rol die Turkije vandaag in Syrië speelt. De Turken steunen daar de onderdrukking van de Koerden en bewapenen allerlei islamitische milities die voor hen het vuile werk opknappen. Europa zou nu de politieke moed moeten opbrengen om Turkije terug te fluiten, ook als dit de relatie met die NAVO-bondgenoot bemoeilijkt. Doen we dat niet, dan bezondigen we ons maar eens aan geopolitieke schijnheiligheid, waarmee we op termijn vooral onszelf in de voet schieten.
Er zijn momenten in de geschiedenis waarop stilte gelijkstaat aan verraad. Dit is zo’n moment. Natuurlijk, de situatie in de regio is complex, maar dat mag geen excuus zijn voor de morele verwarring of lafheid waarin het Westen zich nu wentelt.
Koerden verdienen onze steun
De Koerden verdienen onze steun, na alle offers die zij voor ons hebben gebracht. Onze geloofwaardigheid staat hier op het spel. Wie zal in de toekomst nog samenwerken met het Westen als bondgenoten keer op keer in de steek worden gelaten zodra de politieke wind draait? Vandaag zijn het de Koerden, morgen zijn anderen de dupe.
Nog geen jaar geleden zegde de EU het nieuwe Syrische regime 2,5 miljard euro financiële steun toe voor 2025 en 2026. Dat geld moet onder meer ingezet worden voor de heropbouw van het land, en op termijn moest er ook werk worden gemaakt van een duurzame politieke transitie naar een Syrische staat waarin ook de rechten van de Koerdische minderheid gerespecteerd worden. In afwachting daarvan werden ook de Europese sancties al opgeschort.
Alle alarmbellen moeten afgaan
Wat we de voorbije weken in Syrië zagen gebeuren, zou alle alarmbellen moeten doen afgaan. De Koerden verdienen erkenning, bescherming en de kans om te overleven in een regio waar geweld de norm is. Het minste wat wij Europeanen nu kunnen doen, is hen niet in de steek laten.
Deze column verscheen op zaterdag 31 januari 2026 in De Telegraaf.