Péter Magyar – een centrumrechtse conservatief – behaalde maar liefst 53 procent van de stemmen. Het Fidesz van Orbán bleef steken op 38 procent, en een kleine radicaal-rechtse partij kaapte bijna zes procent van de stemmen weg. Een eenvoudige optelsom leert ons dus dat er voor de linkse partijen hooguit enkele kruimels overbleven.

Commentaarschrijvers en politieke analisten die zich nu verheugen over de 'grote omwenteling' in Hongarije hebben dus niet goed opgelet. De Hongaren hebben – opnieuw en zeer overtuigend – voor een rechts-conservatief project gestemd. Van het door sommigen zo gehoopte links-liberale beleid zal er ook de volgende jaren in Hongarije geen sprake zijn, blijkbaar.

 

Hongarije afhankelijk van Russisch gas

Dit zou in de eerste plaats een lesje in bescheidenheid moeten zijn voor bepaalde EU-kringen die de Hongaren al jarenlang een beleid en een visie willen opdringen die ze nooit lustten. En die ze, zoveel is nu wel duidelijk, ook nu nog altijd niet lusten.

Niet voor niets hield Péter Magyar zich tijdens de campagne eerder op de vlakte over bepaalde thema’s die in het conservatieve Hongarije zeer gevoelig liggen en kondigde hij intussen ook al aan voorlopig door te zullen gaan met de import van Russisch gas. Al is dat natuurlijk ook een pragmatische keuze: Hongarije is bijzonder afhankelijk van die gasvoorziening.

Ook rond andere thema’s communiceerde Magyar intussen al zeer duidelijk en is hij niet van plan om zomaar aan de Europese leiband te lopen. Zo is het voor hem onbespreekbaar dat Hongarije zijn strenge anti-migratieretoriek zou laten vallen. En het 175 kilometer lange hek dat Orbán bouwde aan de zuidelijke grenzen met Servië en Kroatië – bedoeld om migranten die via de Balkanroute het land binnenkomen tegen te houden – blijft ook gewoon overeind. Ook tegen de EU-migratiequota blijft Magyar zich verzetten.

Het moge dus duidelijk zijn: het Hongaarse verzet tegen een mogelijk fors verhoogde instroom van niet-Europese migranten zal ook de komende jaren onder Magyar niet verdwijnen. In die zin moet de Hongaarse verkiezingsuitslag dan ook een waarschuwing zijn voor het Europese politieke establishment.

 

'Viktor Orbán alleen uit op zelfverrijking'

Autocratische politici zoals Orbán, die alleen maar uit zijn op zelfverrijking en die zelfs essentiële democratische vrijheden beginnen aan te tasten, moeten in een democratie vroeg of laat het veld ruimen. Maar waar politici verdwijnen, blijven ideeën bestaan: de Hongaren blijven ook na deze verkiezingen in essentie conservatief. En ze staan zeer kritisch tegenover de wijze waarop sommige Europese politici hun vanuit Brussel een bepaalde levenswijze of ideeëngoed willen opdringen. Een EU die écht democratisch is, kan daar alleen maar rekening mee houden.

De eclatante verkiezingsnederlaag van Orbán houdt tegelijk ook lessen in voor de extreemrechtse partijen en politici die hem de voorbije jaren bleven opvoeren als hun belangrijkste mentor en grote politieke voorbeeld. Ondanks de zich opstapelende bewijzen van endemische corruptie en zelfverrijking, ondanks zijn almaar stevigere grip op de vrije media, en ondanks zijn bijzonder povere economische balans.

Vooral dat laatste aspect bleef de voorbije maanden enigszins onderbelicht, maar met een economische groei van amper 0,4 procent in 2025 ontpopte Hongarije zich tot een van de slechtste leerlingen in de Europese klas. Die ondermaatse groei hangt natuurlijk nauw samen met het maatschappelijke model dat Orbán de voorbije jaren in Hongarije installeerde. Dat was vooral gebaseerd op vriendjespolitiek, doorgedreven controle en politieke loyaliteit. Niet op rationele en goed onderbouwde economische keuzes. Daar betaalt elk land op termijn onvermijdelijk een forse prijs voor.

Een economie en innovatief ondernemerschap gedijen niet bij plat populistisch beleid, en al zeker niet bij almaar meer corruptie. Op een dag keert ook de kritische kiezer zich af van zo’n systeem, zelfs wanneer hij of zij het ten gronde eens is met de ideologische grondstroom die achter dat systeem schuilgaat.

 

'Legitiem verzet tegen ongecontroleerde migratie'

Verzet tegen ongecontroleerde migratie is legitiem, net zoals een zeer kritische houding tegenover EU-dictaten die een land zomaar opgelegd krijgt, maar het is een bijzonder slecht idee dat verzet in handen te geven van populistische partijen of politici die enkel hun eigenbelang voor ogen hebben.

Orbán handelde uit eigenbelang en trok zich niets aan van individuele vrijheden. Maar men moet wel naar de stem van het volk luisteren. Het Hongaarse voorbeeld toont aan dat een populistisch en autocratisch bestuursmodel op termijn vooral veel verliezers oplevert.
 

Deze column verscheen op zaterdag 18 april 2026 in De Telegraaf.