Extremisten geloven niet in integratie

Er bestaat een duidelijke grens tussen rechts en extreemrechts en die is voor mij altijd ondubbelzinnig duidelijk geweest. Ik geloof in het potentieel van alle mensen, terwijl extremisten in termen van kleur en afkomst denken. Zij geloven niet in integratie, in het idee dat ook nieuwkomers hier perfect kunnen integreren en kunnen uitgroeien tot volwaardige Vlamingen, Nederlanders of Europeanen.

Hoe moet dat besef voelen voor nieuwkomers, die hier met hun partners en kinderen hun best doen om hun leven op te bouwen en positief bij te dragen aan de maatschappij? Die vrienden en geen vijanden zijn van deze samenleving. Mensen die werk zoeken, de taal leren en niemand tot last zijn maar positief bijdragen? Hoe moeten zij zich voelen als zij die berichten zien die hun vertellen dat ze nooit ’van hier’ kunnen zijn ongeacht hun inspanningen? Die mensen voelen zich buitengesloten.

 

'Wie wil integreren en bijdragen moet je kansen bieden'

Als je iedereen die zijn best doet, wil meekrijgen, dan moet je hen erbij betrekken en kansen bieden. En dat doet een verantwoordelijke rechtse partij. Iedereen die wil meebouwen aan een sterk en liefdevol land krijgt daarin de ruimte om dat te doen. Ook als je niet letterlijk 'van hier' bent.

Voor sommigen gaat het uitsluitend over bloed en kleur. Niet over cultuur en een gedeeld verhaal. Maar een gedeelde identiteit is alleen mogelijk als we open staan voor integratie. Niet alleen om die te eisen, maar ook om die te accepteren. En ook echt, all the way down. Anders kunnen we geen gemeenschappelijke toekomst opbouwen. Want hier en nu staan we tegenover elkaar. Ongeacht onze kleur, naam of voornaam. Met dit land als gedeelde ruimte.

Onze veiligheid, onze economie, onze kinderen, onze pensioenen: samen moeten we ervoor werken.

Vlaams, Nederlands of kortom Europeaan zijn, gaat niet over bloed of kleur. Het gaat over taal en cultuur. Over welvaart en keuzes. Over verbondenheid. Over meebouwen, samenleven, meestrijden. Voor wat ons bindt. Met liefde. Met fierheid. Met overtuiging. Deel uitmaken van één volk dat fier kan zijn op zijn identiteit.

Voor sommigen klinkt het misschien vreemd, maar mensen zoals ik voelen zich daar wel bij. Niet ondanks mijn roots, maar dankzij mijn keuze. Dankzij de vrijheid waar wij samen naar verlangen.

De vrijheid om onze stem te gebruiken. Om te groeien, om te strijden voor rechtvaardigheid. ’Van hier zijn’ gaat over verbondenheid. Over meebouwen, samenleven, meestrijden.

Met liefde. Met fierheid. Met overtuiging.

 

'Taal leren is basis voor integratie'

Ik voel me van hier. Met hart en ziel. En ja, de taal leren is de sleutel, de basis om te integreren. Dat is niet zomaar een vaardigheid, maar de brug naar begrip. Naar anderen. Naar elkaar. Naar kansen. Naar verbondenheid. De waarden omarmen ook.

Wanneer je het als man pakweg normaal vindt dat je vrouw onderdanig is en jou gehoorzaamheid verschuldigd is, of wanneer je als vrouw graag volledig gesluierd over straat wil lopen, wat kom je hier dan eigenlijk zoeken? Je kan toch onmogelijk enerzijds alle voordelen van de rechtstaat willen, maar anderzijds vasthouden aan alle middeleeuwse gebruiken die in je land van oorsprong heersen? Stel dat je alles respecteert, de taal leert en bijdraagt, kun je dan erbij horen? Daar wringt de schoen ook aan de rechterkant.

Ik heb een hekel aan het determinisme van links. Maar de beperkte integratieruimte die ik op rechts soms zie, is niets beter. Voor mij gaat een politiek thuis over gedeelde waarden en een gedeelde visie voor het soort samenleving waarin we willen leven. Daar heeft kleur of afkomst niets mee te maken.

 

Deze column verscheen op zaterdag 12 juli 2025 in De Telegraaf.