Wat we elk jaar opnieuw meemaken, is niets anders dan het gedrag van verlaten kinderen en tieners. Vaders die er fysiek of emotioneel nooit zijn. Moeders die niets te zeggen hebben en nog steeds aan het uitzoeken zijn wie ze zouden zijn als hun gemeenschap hen had laten opgroeien of hun een kans had gegeven om te worden wie ze zijn.
Misschien zijn ze zelfs nog steeds kinderen in het lichaam van een volwassene. Ze hebben nooit de kans gehad om op te groeien. Ze waren door traditie en religie feitelijk voorbestemd om vanaf hun geboorte tot aan hun dood te worden gereduceerd tot een baarmoeder en een dienstmeid.
Hun leven is daarom een eindeloze herhaling van dezelfde dingen, dag in dag uit; de gemeenschap dienen, dat wil zeggen mannen en schoonmoeders, een echtgenoot dienen die in werkelijkheid altijd een vreemde is geweest, en machteloos toekijken hoe hun zoontjes zich gedragen als eenzame pestkoppen.
Relschoppers jaarwisseling maatschappelijke crisis
11-jarige kinderen die naar huis worden gebracht omdat ze alles in een stad probeerden te vernielen en politie of brandweerlieden aanvielen, en de ouders die niet eens wisten dat ze niet thuis waren? De burgemeester van Antwerpen kon daar terecht niet om lachen.
Kom op, wie zijn de ouders thuis dan? De crisis die we permanent meemaken tijdens grote voetbalwedstrijden of tijdens jaarwisselingen wegens relschoppers is niet alleen een maatschappelijke crisis. Het is een crisis die verband houdt met het gezin. De kern van de samenleving.
Margaret Thatcher zei ooit: "Er bestaat niet zoiets als een samenleving. Er zijn individuele mannen en vrouwen, en er zijn gezinnen." Misschien moeten we hierop terugkomen en opnieuw nadenken over individuele verantwoordelijkheid en wat een familie is. Elk gezin, waar moeders grote kinderen zijn en vaders zich bevoorrecht voelen en afwezig zijn, zal gebroken kinderen en tieners voortbrengen die onze gemeenschap als geheel vernielen. Op school heerst hun terreur al.
Opvoedcursus probleemjongeren
Ik denk dat het niet voldoende is om ons alleen op de kinderen te richten of de straf voor de ouders te beperken tot een boete. Ik ben er sterk van overtuigd dat de ouders van zulke tieners een opvoedcursus moeten volgen en moeten committeren om zelf hun rol serieus te vervullen. Wat ze doen of niet doen heeft effect op iedereen buiten hun eigen gezin. Niets is gratis en iemand moet betalen voor wat kapot werd gemaakt.
Als ouder weet ik dat we allemaal worstelen. Maar de meesten van ons doen in ieder geval ons best en we weten wanneer onze kinderen niet thuis zijn. We praten met onze kinderen over het leven, hun leven. We bemoeien ons met hun studies.
We respecteren de leerkrachten en we maken afspraken. We houden ze in de gaten, we zijn er voor ze. Of we nu een alleenstaande moeder zijn, zoals ikzelf, of een team van twee ouders. Het belangrijkste is dat we in ieder geval ons best doen en de rol van ouderschap niet als vrijblijvend beschouwen.
Doen de ouders van deze brutale relschoppers hun best? Wanneer dan? Hoe ziet de toekomst van ons allemaal als samenleving eruit als we zo blijven doorgaan?
"Wie hulpverleners aanvalt, valt onze rechtsstaat aan"
Wie hulpverleners aanvalt, valt onze rechtsstaat aan. Er is maar één geloofwaardig antwoord: zerotolerance zowel voor de daders als voor hun ouders. Dat betekent snelle identificatie, vervolging én effectieve straffen, ook voor minderjarigen die herhaaldelijk de confrontatie zoeken met politie en brandweer.
Respect voor leerkrachten, politie en hulpdiensten moet worden hersteld, niet alleen in woorden maar in daden: strengere aanpak van wangedrag, meer gerichte controles in probleemwijken en een helder signaal van justitie dat geweld tegen hulpverleners altijd wordt bestraft.
Onze kinderen moeten kunnen opgroeien in een land waar ze de sirene van een ambulance associëren met bescherming, niet met gevaar. Dat vraagt politieke moed, grensoverschrijdende samenwerking en ouderlijke verantwoordelijkheid.
Deze column verscheen op zaterdag 3 januari 2026 in De Telegraaf.