Er bestaan dan ineens foute ideeën. Afhankelijk van wat je denkt ben je vervolgens een goed of slecht mens en niet alleen maar mens. Dit is erger als je mijn profiel hebt - als zwarte vrouw - want er is een duidelijke veronderstelling van wat je in mijn geval moet denken.

Is het dan nog denken? Politieke strategen vertellen hoe Amerikaanse kandidaten bepaalde bevolkingsgroepen al dan niet kunnen verleiden. Ik hoorde categorieën zoals ’moslimgroep’ of ’latino’s’, ’zwarte gemeenschap’ vallen.

Als ik eraan denk dan vraag ik me af hoe een mens dan bepaalt wat zijn/haar visie is over maatschappelijke thema’s. Kijk je dan in de spiegel en bepaal je dat dan afhankelijk van je afkomst, huidskleur of zo? Lijkt me absurd.

Identiteit

Er zijn uiteraard mensen die al die kleine stukken identiteit boven alles zetten en hun keuzes daardoor laten bepalen. Ze trachten zelfs hun eigen tradities of religieuze waarden boven de gemeenschappelijke afspraken die in de Grondwet staan te zetten.

Als je dat niet doet, en je eigen weg kiest, ben je al snel een white supremacist. Afgelopen week vond een schrijver in de Vlaamse pers dat VVD-partijleider Dilan Yesilgöz en ikzelf, deel uitmaken van de „witte orde” wegens onze politieke overtuigingen. Dat is te gek voor woorden.

Denken wij dan gedachten van blanke mensen en hoe zou dat dan eruitzien?

Het komt misschien licht over maar het is meer onderdrukkend dan je zou denken wanneer mensen ervan uitgaan dat je kleur of afkomst je gedachten moéten bepalen. En ontsnappen is haast onmogelijk.

Hoe kan je dan een volwaardige burger zijn?

En wat ik me ook afvraag: als blanken zo slecht zijn, waarom zijn we dan hier? En zij die links denken, denken ze dan zwarte gedachten? Of hebben die gedachten geen eigenaar?

Een van de redenen waarom ik soms erg moe word van de politiek is niet alleen het feit dat ik hard werk en daarnaast nog als alleenstaande moeder mijn best doe. Het is die druk om op een bepaalde manier te ’moeten’ denken die mijn energie opvreet.

Europees Parlement

Soms klaag ik bij mijn moeder om het even van me af te schudden. Maar wat ik haar eigenlijk had willen vertellen, zijn al de fantastische dingen die ik bereik voor de samenleving in het Europees Parlement. De waardering van vriend en vijand. Ik doe mijn best om de mentale druk niet mee te nemen aan mijn eettafel, dan sport ik bijna elke dag, wat ook niet mag van de sportclub. Elke dag sporten is niet gezond. Ik moet het van me afschudden. Het is niet waar dat het me niets doet. Vaak niet maar soms weet ik niet meer hoe ik dit moet verwerken, omdat het onophoudelijk is.

Omdat die permanente druk pijn doet en afleidt waardoor je meer energie nodig hebt om je werk te doen. Er zit zo’n beestje op je schouder dat altijd schreeuwt en dat je niet kan pakken en weggooien. Maar wat ik voornamelijk doe, is doorwerken ondanks dat allemaal.

Moet ik het echt nog zeggen? Nee! Mijn partij vertelt mij niet wat ik moet denken. Het is juist omdat ik denk zoals ik denk dat ik lid ben van die partij en niet van een andere.

Nee! Deze krant manipuleert mij niet en zegt me niet wat ik moet denken, dat proberen anderen. Het is juist omdat ik vrij denk en schrijf dat ik als columniste zo graag voor deze krant schrijf.

Waarom is het zo moeilijk voor sommige mensen om te accepteren dat iemand zoals ik voor zichzelf kan denken? Het breekt altijd mijn hart. Niet alleen voor mezelf maar vooral voor het belang van de democratie. Het hokjesdenken is gevaarlijk voor onze democratie.

En dat maakt me niet alleen bezorgd maar ook verdrietig. Want zo lijkt me de integratie en het bestaan los van de kleur en afkomst een onmogelijke opdracht.

Waarom is het zo moeilijk om te beseffen dat we gewoon verschillende meningen kunnen hebben en dat dat toegelaten is in een vrije samenleving? Hoe kunnen we dit oplossen? Hierover schrijf ik ook uitgebreid in mijn nieuwe boek Zoeken naar vrijheid.

Het is altijd zoeken. Als kind was het erg om een meisje te zijn dat dezelfde rechten wilde als de jongens. Als Europeaan is het erg om vrij te willen denken. Daarom heb ik de indruk dat het in Europa is dat ik ’zwart’ ben geworden.

Dit was de eenentachtigste column van Assita Kanko voor De Telegraaf.

www.telegraaf.nl