“Dit is wat mij betreft het belangrijkste migratievoorstel dat de voorbije tien jaar in het Europees Parlement op tafel heeft gelegen. Dankzij dit akkoord kunnen we verder onderhandelen met de Raad om mensenhandel beter aan te pakken en criminaliteit ook beter te bestrijden”, klinkt het bij Europees Parlementslid Assita Kanko.

Het probleem sleept al jarenlang aan: amper 20% van de onderdanen van derde landen die het bevel krijgen om het EU-grondgebied te verlaten, worden ook daadwerkelijk teruggestuurd. Dat blijkt uit cijfers van de Europese Commissie zelf. Vandaag keurde een ‘alternatieve meerderheid’ in de bevoegde LIBE-commissie de positie van het Europees Parlement voor een nieuw, gemeenschappelijk Europees terugkeerkader goed. Dit voorstel introduceert niet enkel een Europees terugkeerbevel – waarbij een lidstaat ook terugkeerbesluiten die in andere lidstaten werden genomen kan uitvoeren – het zorgt ook voor duidelijker regels én efficiëntere procedures. Bovendien legt het onderdanen van derde landen ook strengere verplichtingen op om met de autoriteiten mee te werken. 

Strijd tegen de criminaliteit

“Dit voorstel zal de politiediensten in ons land bovendien ook helpen in hun dagelijkse strijd tegen de criminaliteit,” stipt Kanko aan. “In de grote steden, zeker in Brussel, worden dagelijks jongeren opgepakt die illegaal zijn in ons land en daardoor een gemakkelijke prooi zijn voor criminelen. Ze worden dan onder meer ingezet in de drugshandel. Omdat ze illegaal in het land zijn en geen vaste verblijfplaats hebben, is het voor onze politiediensten vaak dweilen met de kraan open. Dankzij dit voorstel krijgen de EU-lidstaten nu ook meer ruimte om maatregelen op te leggen die moeten beletten dat illegalen onderduiken. Last but not least versterken we zo ook de externe dimensie van het migratiebeleid van de EU: voortaan zal het ook mogelijk zijn om overeenkomsten af te sluiten met partnerlanden over de oprichting van terugkeercentra in derde landen.”

Ongeloofwaardig

“Elk migratiesysteem dat 80% van de uitgeprocedeerde asielzoekers niet kan uitzetten, is ongeloofwaardig. Daarom ondersteun ik dit voorstel ook volledig, en roep ik al mijn collega's op hetzelfde te doen. We moeten naar een situatie waarin we de beslissingen van onze immigratiediensten effectief kunnen uitvoeren. Dat zijn we aan onze burgers verplicht.”

Kanko benadrukt dat deze compromistekst vooral op menselijkheid en operationele doeltreffendheid focust. Dat moet zich vertalen in een snelle uitvoering van terugkeerbesluiten, strengere samenwerkingsverplichtingen voor illegalen en minder procedurele belemmeringen die uitzettingen vandaag nog te veel vertragen. “Belangrijk daarbij is ook dat de nu voorliggende tekst het aantal gevallen dat als veiligheidsrisico kan worden behandeld, uitbreidt. Hierdoor worden, waar nodig, belangrijke afwijkingen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan onbeperkte inreisverboden of aan detentie van meer dan 24 maanden. Daarnaast zullen de autoriteiten voortaan ook kunnen terugvallen op krachtigere onderzoeksinstrumenten tijdens terugkeerprocedures. De mensensmokkelaars gaan het beleid niet bepalen.”

Echt sluitstuk

Anno 2025 wordt 40 tot 50 procent van de asielaanvragen in de EU afgewezen. “Als we dan vaststellen dat de voorbije jaren amper één op vijf van die afgewezen asielzoekers ook daadwerkelijk werd teruggestuurd, dan kan je het hele asielbeleid net zo goed afschaffen. Dankzij dit stevig onderbouwde compromis krijgt het Europese asielbeleid nu eindelijk dus ook een echt sluitstuk. Hiermee geven we de Europese burgers echt het signaal dat we hun bezorgdheden rond illegale migratie en georganiseerde misdaad naar Europa ernstig nemen,” onderstreept Kanko nog. “In dat kader voerden we in oktober vorig jaar ook al het Entry-Exitsysteem - waar ik rapporteur van ben - in aan de buitengrenzen van het Schengengebied. Die geautomatiseerde grenscontroles raken nu stilaan volledig op kruissnelheid en hielpen de politiediensten intussen al honderden mensen die een bedreiging vormen tegen te houden aan de buitengrenzen.”

“Deze stemming gaat natuurlijk over de onderhandelingspositie van het Europees Parlement. De definitieve wetgeving wordt pas aangenomen na het triloogakkoord met de Raad. De onderhandelingen daarover kunnen eindelijk beginnen”, besluit Kanko.